Gezondheid & wetenschap

Wat zegt het onderzoek
naar olijfolie echt?

Er wordt veel beweerd over olijfolie en gezondheid, meestal door mensen die het verkopen. Hieronder staat wat er daadwerkelijk is onderzocht, hoe groot die studies waren, en waar ze tekortschieten.

11 minuten lezen · met bronnen · door Maurice Megens · bijgewerkt 3 augustus 2026

PREDIMED: de enige grote proef

Vrijwel alles wat je leest over olijfolie en hart- en vaatziekten gaat uiteindelijk terug op één Spaanse studie. PREDIMED volgde 7.447 deelnemers tussen de 55 en 80 jaar met een verhoogd cardiovasculair risico, verdeeld over drie groepen: een mediterraan dieet met extra vierge olijfolie, hetzelfde dieet met noten, en een controlegroep die vetarm advies kreeg.1

De uitkomst was dat de twee mediterrane groepen minder ernstige hart- en vaatincidenten hadden dan de controlegroep. Dat is een gerandomiseerde bevinding, en daarmee sterker dan het gebruikelijke vragenlijstonderzoek waar de meeste voedingsclaims op rusten.

Binnen dezelfde deelnemers deed een tweede groep onderzoekers een observationele analyse onder 7.216 mensen, met een mediane follow-up van 4,8 jaar. Wie het meest extra vierge olijfolie gebruikte had 39% minder ernstige incidenten dan wie het minst gebruikte (HR 0,61; 95%-BI 0,44–0,85).2 Dat getal circuleert veel, en bijna altijd zonder de belangrijkste kanttekening: het is een vergelijking tussen mensen die uit zichzelf verschillend aten, geen proef. Wie veel goede olijfolie gebruikt doet doorgaans meer dingen anders.

Het sterkste argument is nieuwer

De meeste websites blijven bij PREDIMED uit 2013 hangen. Er is sinds kort iets beters. Een analyse uit 2026 in de American Heart Journal keek naar 7.102 deelnemers over mediaan 4,7 jaar en deed iets wat eerdere studies niet deden: onderscheid maken tussen polyfenolrijke extra vierge olijfolie en gewone olijfolie.6

De uitkomst is opvallend. Wie het meeste extra vierge gebruikte, gemiddeld 49,2 gram per dag, had 25% minder kans op de samengestelde uitkomst van hartinfarct, beroerte, perifeer vaatlijden, hartfalen, boezemfibrilleren en cardiovasculaire dood. In de bovenste tien procent liep dat op tot 48% minder dan in de onderste tien procent. Gewone olijfolie liet, na correctie voor extra vierge, nauwelijks een beschermend effect zien.

Dat is het meest concrete aanknopingspunt dat er bestaat voor de stelling dat het niet om olijfolie in het algemeen gaat maar om de polyfenolen erin. Het blijft observationeel, dus het toont geen oorzaak aan, maar het is precies de vergelijking waar het om draait.

Binnen dezelfde proef vonden onderzoekers eerder dat het mediterrane dieet met extra vierge olijfolie samenhing met minder boezemfibrilleren (HR 0,62; 95%-BI 0,45–0,85),7 en dat een hogere polyfenolinname, gemeten aan de uitscheiding in urine bij 1.139 deelnemers, samenhing met lagere ontstekingsmarkers.8

Waarom PREDIMED is ingetrokken

Dit hoort erbij, ook al is het onhandig voor iedereen die olijfolie verkoopt. In 2017 publiceerde anesthesioloog John Carlisle een statistische analyse van ruim vijfduizend gerandomiseerde studies, waarin hij zocht naar gegevens die niet pasten bij een echte loting. PREDIMED kwam daar als afwijkend uit.3

De onderzoekers keken hun eigen procedure na en vonden problemen bij 1.588 van de 7.447 deelnemers, ongeveer een op de vijf: op sommige locaties waren hele klinieken in één keer aan een groep toegewezen, en huisgenoten waren niet apart geloot. In juni 2018 is het artikel formeel ingetrokken en, na herberekening zonder die deelnemers, opnieuw gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.1

De hoofdconclusie bleef overeind, maar de studie is er zwakker uit gekomen. Wij noemen dat hier expres. Wie het weglaat en later geconfronteerd wordt met "die studie is toch ingetrokken?" heeft geen verhaal meer. En het maakt duidelijk hoe voedingsonderzoek werkt: zelfs de grootste proef in het vakgebied bleek niet vlekkeloos.

Wat is het mediterrane dieet eigenlijk?

De term valt in bijna elk onderzoek hierboven, en hij wordt zelden uitgelegd. Het is geen recept en geen merk maar een eetpatroon: veel groente, peulvruchten, noten en volle granen, regelmatig vis, weinig rood vlees en weinig bewerkte producten, en olijfolie als belangrijkste vetbron in plaats van boter of margarine. In PREDIMED was dat laatste geen bijzaak maar de kern van de behandeling: de deelnemers kregen het patroon plus een liter extra vierge olijfolie per week.

Daar zit meteen het lastige aan al dit onderzoek. Wie het patroon eet, eet doorgaans ook meer groente, beweegt anders en rookt minder. Het effect van de olie alleen is daaruit moeilijk los te peuteren, en dat is precies wat het Griekse EPIC-onderzoek hieronder wél probeerde. Wat je er als koper uit kunt afleiden is bescheidener dan de koppen suggereren: olijfolie is aantoonbaar een betere vetkeuze dan verzadigd vet, en het is geen middel dat je aan een verder ongewijzigd dieet toevoegt. Dat is ook exact wat de enige toegestane claim zegt: het gaat over vervangen, niet over toevoegen.

Wat de cohorten in Italië, Spanje en Griekenland laten zien

PREDIMED is een proef: mensen kregen olijfolie toegewezen. Daarnaast bestaat er een tweede soort bewijs dat in Nederland zelden wordt aangehaald, waarschijnlijk omdat het uit de landen zelf komt en niet in het Engelstalige nieuws belandt. In Italië, Spanje en Griekenland worden al decennia grote groepen mensen gevolgd die olijfolie gewoon eten omdat ze daar wonen. Dat is zwakker bewijs dan een proef, maar het gaat over veel meer mensen en over veel langere tijd.

Italië. Het Moli-sani-onderzoek volgde 22.892 volwassenen in Molise gedurende 13,1 jaar. Wie meer dan drie eetlepels olijfolie per dag gebruikte, had vergeleken met wie anderhalve eetlepel of minder gebruikte 20% minder kans om in die periode te overlijden (HR 0,80; 95%-BI 0,69–0,94), 25% minder kans op cardiovasculaire sterfte (HR 0,75; 95%-BI 0,58–0,97) en 23% minder kans op sterfte door kanker (HR 0,77; 95%-BI 0,59–0,99).11 Het verband bleef bestaan na correctie voor de kwaliteit van het hele dieet, wat betekent dat het niet simpelweg te verklaren is doordat olijfolie-eters ook meer groente eten.

Griekenland. In het Griekse deel van het EPIC-onderzoek werden 20.343 mensen zonder hoge bloeddruk onderzocht. De onderzoekers deden iets wat zelden lukt: ze haalden olijfolie los uit het mediterrane dieet. Toen ze olijfolie en groente samen bekeken, bleek olijfolie de dominante factor in de verlaging van zowel de bovendruk als de onderdruk.13

Spanje. Het SUN-cohort in Navarra volgde 18.118 relatief jonge, gezonde deelnemers ruim tien jaar en vond géén verband tussen olijfolie en boezemfibrilleren.14 Dat spreekt de PREDIMED-uitkomst hierboven tegen. Wij noemen het omdat het waar is: er waren maar 94 gevallen in dit cohort en de deelnemers waren jong en gezond, dus de studie had weinig kans om een effect aan te tonen. Maar wie alleen de gunstige uitkomsten opsomt, verkoopt geen kennis maar een selectie.

Alles bij elkaar. De grootste samenvatting tot nu toe legde 27 studies naast elkaar, met afhankelijk van de uitkomstmaat tussen de 680.000 en 1,28 miljoen deelnemers. Per 25 gram olijfolie per dag extra vond die analyse 16% minder hart- en vaatziekten (RR 0,84; 95%-BI 0,76–0,94), 22% minder diabetes type 2 (RR 0,78; 95%-BI 0,69–0,87) en 11% lagere sterfte (RR 0,89; 95%-BI 0,85–0,93). Voor kanker werd geen significant verband gevonden (RR 0,94; 95%-BI 0,86–1,03).12

Welke claims je wél mag voeren

In Nederland en de rest van de EU mag een verkoper niet zomaar beweren dat een product gezond is. Verordening 1924/2006 legt vast dat gezondheidsclaims vooraf goedgekeurd moeten zijn.10 Olijfolie is daarbij een uitzonderlijk geval: het is een van de weinige producten waarvoor er meerdere goedgekeurde claims bestaan, en ze staan alle drie in Verordening 432/2012.4

De drie goedgekeurde claims die op olijfolie van toepassing zijn
OlijfoliepolyfenolenOlijfoliepolyfenolen dragen bij tot de bescherming van bloedlipiden tegen oxidatieve stress. De enige claim die specifiek over olijfolie gaat, en de enige die een meting vereist.
OliezuurHet vervangen van verzadigde vetten door onverzadigde vetten in de voeding draagt bij tot de instandhouding van een normaal cholesterolgehalte in het bloed. Oliezuur is een onverzadigd vet. Toegestaan voor elk voedingsmiddel dat rijk is aan onverzadigde vetzuren.
Vitamine EVitamine E draagt bij tot de bescherming van cellen tegen oxidatieve stress. Toegestaan zodra het product ten minste een bron van vitamine E is.

Dat tweede is het interessante geval. De oliezuurclaim hangt niet aan een laboratoriumwaarde maar aan de vetzuursamenstelling, en daarvoor geldt de voorwaarde uit Verordening 1924/2006: minstens 70% van de vetzuren moet onverzadigd zijn en het onverzadigde vet moet meer dan 20% van de energie leveren. Extra vierge olijfolie zit standaard rond de 85% onverzadigd en levert honderd procent van zijn energie uit vet. Elke olie die de wettelijke categorie haalt, voldoet daar dus automatisch aan.

Met andere woorden: dít is de claim die een olijfoliehandelaar mag voeren zonder ooit een monster op te sturen. Dat verklaart ook waarom hij zo zelden op een fles staat — hij klinkt saai, en "rijk aan polyfenolen" verkoopt beter dan een zin over verzadigd vet vervangen.

De polyfenolclaim, en waarom die wél gemeten moet worden

Aan de claim die specifiek over olijfolie gaat, hangen twee harde voorwaarden.

Voorwaarden bij de EU-claim voor olijfoliepolyfenolen
GehalteDe olie moet minimaal 5 mg hydroxytyrosol en derivaten per 20 gram bevatten. Omgerekend is dat 250 mg per kilo.
VermeldingEr moet bij staan dat het effect optreedt bij een dagelijkse inname van 20 gram olijfolie.
Wat er niet magAlles daarbuiten. Geen hart, geen cholesterol, geen ontstekingen, geen kanker, hoe veelbelovend het onderliggende onderzoek ook is.

Die drempel van 250 mg/kg is bovendien een ondergrens en geen keurmerk. Wat erboven zit verschilt enorm: gecontroleerde metingen aan Italiaanse monovariëtale oliën komen uit tussen 153 en 396 mg/kg,15 terwijl vroeg geplukte polyfenolrijke oliën 500 tot 800 mg/kg halen. Tegelijk haalt lang niet elke fles die extra vierge heet die 250 mg, zeker niet als hij al een jaar in het schap staat: polyfenolen breken af. Een olie kan bij botteling boven de drempel zitten en er een jaar later onder.

Hoe vaak dat misgaat is onderzocht. Een Italiaanse validatiestudie uit 2019 toetste ruim honderd Italiaanse extra vierge oliën aan de EFSA-drempel. Dertien monsters zaten eronder, waarvan zeven uit Toscane en zes uit Puglia.9 Dat laatste is voor ons relevant: onze eigen streek levert niet automatisch een olie die de drempel haalt. Herkomst is geen garantie, meten wel.

Wat wij hier wel en niet mee doen

Wij laten elke oogst analyseren en publiceren de uitslag op de oogstdatapagina: polyfenolen in mg/kg, zuurgraad, oogstdatum en het aantal uren tussen pluk en pers. Voor de lopende oogst staat daar polyfenolen mg/kg.

Wat we daarmee wél doen: het getal noemen en er de EU-drempel naast zetten, zodat je zelf kunt zien of het erboven of eronder zit. Wat we er niet mee doen: beweren dat onze olie iets bij jou geneest, voorkomt of verbetert. Dat mag niet en het zou ook niet kloppen: het onderzoek gaat over voedingspatronen van duizenden mensen over jaren, niet over wat één fles bij één persoon doet.

Hoe je dit soort beweringen zelf kunt wegen

  • Vraag naar het aantal deelnemers. Een studie met dertig mensen zegt bijna niets over de bevolking.
  • Let op het verschil tussen samenhang en oorzaak. "Mensen die X eten leven langer" is iets anders dan "X laat je langer leven".
  • Kijk of het bij mensen is onderzocht. Veel spectaculaire uitkomsten over polyfenolen komen uit celkweken of muizen.
  • Wantrouw ronde getallen zonder bron. "Tot 90% meer antioxidanten" zonder verwijzing is reclame, geen bevinding.
  • Kijk wie het zegt. Ook wij verkopen olijfolie. Daarom staan de bronnen hieronder, zodat je het niet van ons hoeft aan te nemen.

Diezelfde weegregels gelden voor de vraag die hier meestal achteraan komt, namelijk welke fles je dan moet hebben. Het eerlijke antwoord staat bij de beste olijfolie kiezen: er is geen olie die voor iedereen de beste is, wel vier eigenschappen die meetbaar met kwaliteit samenhangen.

Zoek je de korte versie van deze hele pagina — wat er goedgekeurd is, hoeveel per dag en wat olijfolie níét doet — dan staat die op is olijfolie gezond.

Vragen

Veelgestelde vragen over het onderzoek

Is er bewijs dat olijfolie gezond is?

Er is sterk observationeel bewijs en één grote gerandomiseerde studie. In PREDIMED, met 7.447 deelnemers met een verhoogd cardiovasculair risico, kregen deelnemers een mediterraan dieet met extra vierge olijfolie, met noten, of een vetarm controledieet. De groepen met olijfolie of noten hadden minder ernstige hart- en vaatincidenten.1 Binnen dezelfde studie vond een observationele analyse onder 7.216 deelnemers dat de hoogste inname van extra vierge olijfolie samenhing met 39% minder ernstige incidenten dan de laagste inname.2 Belangrijke kanttekening: dat tweede getal komt uit een observationele vergelijking en toont geen oorzaak aan.

Wat is er misgegaan met de PREDIMED-studie?

De oorspronkelijke publicatie uit 2013 is in juni 2018 ingetrokken en opnieuw uitgegeven. Statisticus John Carlisle had in 2017 laten zien dat de gegevens niet pasten bij een correcte loting.3 Bij nader onderzoek bleek dat de randomisatie bij 1.588 van de 7.447 deelnemers niet goed was verlopen: op sommige locaties waren hele klinieken aan één groep toegewezen en huisgenoten waren niet apart geloot. Na herberekening bleef de hoofdconclusie overeind, maar de studie is sindsdien terecht minder stellig.1

Welke gezondheidsclaim mag een verkoper voeren?

Drie, en ze staan alle drie in Verordening 432/2012.4 De bekendste gaat specifiek over olijfolie: "olijfoliepolyfenolen dragen bij tot de bescherming van bloedlipiden tegen oxidatieve stress". Die mag alleen op olie met minimaal 5 mg hydroxytyrosol en derivaten per 20 gram, en er moet bij vermeld worden dat het effect optreedt bij een dagelijkse inname van 20 gram. De twee andere gaan over oliezuur en over vitamine E; die gelden voor elk levensmiddel dat aan de bijbehorende voedingsclaim voldoet, en de oliezuurclaim vraagt daarvoor geen laboratorium. Hier staan alle drie met hun voorwaarde. Alles wat buiten die drie formuleringen valt, is onder Verordening 1924/2006 niet toegestaan.10

Hoeveel polyfenolen moet olijfolie bevatten voor die claim?

5 mg per 20 gram komt neer op 250 mg per kilo. Dat is een ondergrens, geen streefwaarde. Wat erboven zit verschilt sterk: bij elf Italiaanse cultivars van hetzelfde perceel liep het totale fenolgehalte van 153 tot 396 mg/kg, terwijl vroeg geplukte polyfenolrijke oliën 500 tot 800 mg/kg halen. Lang niet elke olie die zichzelf extra vierge noemt haalt de drempel, en dat is precies waarom een gemeten waarde op de fles meer waard is dan het woord "rijk aan antioxidanten".

Haalt jullie olie die drempel?

Dat meten we per oogst en zetten we op de oogstdatapagina. Zolang daar geen getal staat, hebben wij de analyse voor die oogst nog niet binnen en beweren we niets. Haalt een partij de drempel niet, dan zetten we dat er ook bij: een lagere waarde maakt een olie niet slecht, maar wel ongeschikt voor die specifieke claim.

Waarom claimen jullie niet gewoon dat het gezond is?

Omdat het niet mag en omdat het niet klopt. Wat het onderzoek laat zien is dat een voedingspatroon met veel extra vierge olijfolie samenhangt met betere uitkomsten. Dat is iets anders dan dat één fles iets bij jou doet. Wij verkopen olie, geen medicijn, en we hebben er niets bij te winnen om dat verschil te vervagen.

Bronnen

  1. Estruch, R., Ros, E., Salas-Salvadó, J., et al. (2018). Primary Prevention of Cardiovascular Disease with a Mediterranean Diet Supplemented with Extra-Virgin Olive Oil or Nuts. New England Journal of Medicine, 378(25), e34. Bekijken De herziene publicatie van PREDIMED, N = 7.447. De oorspronkelijke versie uit 2013 is in juni 2018 ingetrokken en opnieuw uitgegeven na problemen met de randomisatie.
  2. Guasch-Ferré, M., Hu, F. B., Martínez-González, M. A., et al. (2014). Olive oil intake and risk of cardiovascular disease and mortality in the PREDIMED Study. BMC Medicine, 12, 78. Bekijken Observationele analyse binnen PREDIMED, N = 7.216, mediane follow-up 4,8 jaar.
  3. Carlisle, J. B. (2017). Data fabrication and other reasons for non-random sampling in 5087 randomised, controlled trials in anaesthetic and general medical journals. Anaesthesia, 72(8), 944–952. Bekijken Het statistische onderzoek dat de onregelmatigheden in PREDIMED aan het licht bracht.
  4. Europese Commissie (2012). Verordening (EU) nr. 432/2012 tot vaststelling van een lijst van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen. Publicatieblad van de Europese Unie, L 136/1. Bekijken
  5. Beauchamp, G. K., Keast, R. S. J., Breslin, P. A. S., et al. (2005). Ibuprofen-like activity in extra-virgin olive oil. Nature, 437(7055), 45–46. Bekijken
  6. Pérez de Rojas, J., Toledo, E., Estruch, R., et al. (2026). Extra-virgin olive oil and additional cardiovascular outcomes in the PREDIMED Trial: an outcome-wide perspective. American Heart Journal, 291, 175–185. Bekijken N = 7.102, mediane follow-up 4,7 jaar. Maakt als eerste expliciet onderscheid tussen polyfenolrijke extra vierge en gewone olijfolie.
  7. Martínez-González, M. Á., Toledo, E., Arós, F., et al. (2014). Extravirgin olive oil consumption reduces risk of atrial fibrillation: the PREDIMED trial. Circulation, 130(1), 18–26. Bekijken
  8. Medina-Remón, A., Casas, R., Tressserra-Rimbau, A., et al. (2017). Polyphenol intake from a Mediterranean diet decreases inflammatory biomarkers related to atherosclerosis: a substudy of the PREDIMED trial. British Journal of Clinical Pharmacology, 83(1), 114–128. Bekijken N = 1.139, één jaar interventie.
  9. Bellumori, M., Cecchi, L., Innocenti, M., Clodoveo, M. L., Corbo, F., Mulinacci, N. (2019). The EFSA health claim on olive oil polyphenols: acid hydrolysis validation and total hydroxytyrosol and tyrosol determination in Italian virgin olive oils. Molecules, 24(11), 2179. Bekijken Meer dan honderd Italiaanse extra vierge oliën getoetst aan de EFSA-drempel. Dertien monsters zaten eronder, waarvan zes uit Puglia en zeven uit Toscane.
  10. Europees Parlement en de Raad (2006). Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen. Publicatieblad van de Europese Unie, L 404/9. Bekijken Het kader dat bepaalt welke gezondheidsclaims een verkoper wel en niet mag voeren.
  11. Ruggiero, E., Di Castelnuovo, A., Costanzo, S., Esposito, S., De Curtis, A., Persichillo, M., Cerletti, C., Donati, M. B., de Gaetano, G., Iacoviello, L., Bonaccio, M.; Moli-sani Study Investigators (2024). Olive oil consumption is associated with lower cancer, cardiovascular and all-cause mortality among Italian adults: prospective results from the Moli-sani Study and analysis of potential biological mechanisms. European Journal of Clinical Nutrition, 78(8), 684–693. Bekijken N = 22.892 Italiaanse volwassenen, 13,1 jaar gevolgd. Het grootste Italiaanse cohort over dit onderwerp, en het meet gewoon wat mensen in een olijfolieland dagelijks eten.
  12. Martínez-González, M. A., Sayón-Orea, C., Bullón-Vela, V., Bes-Rastrollo, M., Rodríguez-Artalejo, F., Yusta-Boyo, M. J., García-Solano, M. (2022). Effect of olive oil consumption on cardiovascular disease, cancer, type 2 diabetes, and all-cause mortality: A systematic review and meta-analysis. Clinical Nutrition, 41(12), 2659–2682. Bekijken 27 studies bij elkaar, tot 1,28 miljoen deelnemers. De grootste samenvatting die er is, en de enige bron op deze lijst die ook een niet-significant resultaat rapporteert: voor kanker werd geen verband gevonden.
  13. Psaltopoulou, T., Naska, A., Orfanos, P., Trichopoulos, D., Mountokalakis, T., Trichopoulou, A. (2004). Olive oil, the Mediterranean diet, and arterial blood pressure: the Greek European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC) study. American Journal of Clinical Nutrition, 80(4), 1012–1018. Bekijken N = 20.343 Grieken zonder eerdere hoge bloeddruk. Belangrijk omdat de onderzoekers olijfolie losmaakten van de rest van het mediterrane dieet: van olijfolie en groente samen bleek olijfolie de dominante factor.
  14. Bazal, P., Gea, A., de la Fuente-Arrillaga, C., Barrio-López, M. T., Martínez-González, M. A., Ruiz-Canela, M. (2019). Olive oil intake and risk of atrial fibrillation in the SUN cohort. Nutrition, Metabolism and Cardiovascular Diseases, 29(5), 450–457. Bekijken N = 18.118 Spanjaarden, gemiddeld 10,1 jaar. Vond géén verband tussen olijfolie en boezemfibrilleren, en spreekt daarmee bron 7 tegen. Staat hier omdat een bronnenlijst die alleen de gunstige uitkomsten noemt geen bronnenlijst is.
  15. Di Lecce, G., Piochi, M., Pacetti, D., Frega, N. G., Bartolucci, E., Scortichini, S., Fiorini, D. (2020). Eleven monovarietal extra virgin olive oils from olives grown and processed under the same conditions: Effect of the cultivar on the chemical composition and sensory traits. Foods, 9(7), 904. Bekijken Elf cultivars van hetzelfde perceel en dezelfde molen, zodat alleen het ras nog verschilt. Totaal fenolen 153–396 mg/kg. Laat zien hoe groot de spreiding is nog vóórdat oogstmoment en ouderdom meetellen.

Meten in plaats van beweren

Wij zetten de uitslag op tafel

Van elke oogst een analyse door een onafhankelijk laboratorium, met de waarde erbij. Ook als hij tegenvalt.